Monster trilogie - Tom Lanoye

12 June 2008 | onderzoek | Nog geen reacties

Onder de titel “Schoon lelijk is ook niet mottig”, bespreekt Tom Lanoye het leven van Dirk Vereecken. Dirk is gestorven en zijn geest zit op de lijkwagen mee te rijden, als ze België terug binnen rijden. Bijna hetzelfde als bij Renaat Braem, alleen wordt Dirk overspoelt door melancholie en Renaat met verafschuwing van ons land. De passage over Dirk moet je lezen als een memoire van Dirk over zijn land waar hij 40 jaar heeft gewoond.

Ze mochten ze houden, hun wijken en hun straten. Een echte straat ontstond niet op een tekentafel. Een straat ontstond vanzelf, door de lukrake verkoop van percelen en het bouwen van een eigenzinnig huis per perceel. Bleken een paar van die straten haaks op elkaar te liggen, of in elkaars verlengde, dan had je een nieuwe wijk voor je het wist. Zo gaat dat bij ons, dacht Dirk, en daar is niets mis mee. Zo groeit in België een gehucht, een dorp, een stad. Gemoedelijk, organisch, op mensenmaat. En zo hoort het ook.

Dan volgt een passage over hoe dat in zijn werk gaat, het bouwen van koterij. Die koterij is op micro-niveau en de mislukte belgische ruimtelijke ordening is dan dezelfde koterij maar op macro-niveau. In het begin kon Dirk er nog mee lachen maar eenmaal ouder, hield hij zelfs van deze miskramen der burgerlijke bouwkunde.

Een mooie poëtische visie over België, melancholie en zijn misbouwsels.

de juiste data omtrent Ruimtelijke Planning in België

27 May 2008 | onderzoek | Nog geen reacties

Ik heb enkele data op een rijtje kunnen zetten. Het zijn er heel wat maar ik vernoem hier enkel de data met een welbepaalde betrekking en relevantie tot mijn eindwerk.

1836: Gemeentewet
Geeft vrij veel zelfstandigheid aan de gemeentelijke overheden. De gemeenteraad werd met de Belgische gemeentewet op de voorgrond geplaatst. De raadsleden werden door de kiesgerechtigde inwoners rechtstreeks gekozen en de burgemeester en schepenen werden door de koning uit de leden van de raad benoemd. Er bestond geen onderscheid meer tussen stad en platteland.

1844: Aanvulling gemeentewet
Liet de gemeenten toe algemene wegenplannen op te stellen.

1858: Eerste onteigeningswet per zone
Een krachtig instrument voor krotopruiming, stadssanering en stadsverfraaiing.

1867: Tweede onteigeningswet per zone
Deze wet maakte de aanleg van nieuwe wijken mogelijk in het kader van de verfraaiing van de binnenstad.

1886: Het veldwetboek
Het veldwetboek is een ware handleiding voor de ruimtelijke ordening. Tal van bepalingen in verband met de inrichting van percelen (afsluitingsafstand, overhangende takken…) komen er in voor.

1889: Eerste huisvestingswetten
Via de ASLK werden leningen met lage interest mogelijk waardoor eigendomsverwerving voor lagere sociale groepen werd gestimuleerd. Hierbij werden voornamelijk de ’stedelijke’ rijwoningen als arbeiderswoning gepromoot. Hiermee nam de ongebreidelde verstedelijking van het hele territorium een aanvang. Tevens ontstonden toen een aantal huisvestingsmaatschappijen.

1915: Koninklijk Besluit op het algemeen plan van aanleg.
Voor de eerste maal gaat de overheid over tot het opmaken van een algemeen plan voor de ordening, de verfraaiing en de uitbreiding van het stedelijk grondgebied.

1922: Wet Moyersoen
Voorzag een premie voor eigendomswerving. Hier stond, net  zoals bij de eerste huisvestingswet (1889), het aanmoedigen en stimuleren van het eigen woningbezit centraal.

1928: Woningfonds van de Bond voor Kroostrijke Gezinnen
De Bond voor Kroostrijke Gezinnen van België werd opgericht op 8 mei 1921. Via hun woningfonds boden zij zeer voordelige leningen aan voor woningbouw, waardoor nu nagenoeg 32000 gezinnen een eigen woning bezitten.

1946: De besluitwet op de Stedenbouw
In navolging van het besluit van de Commisaris-Generaal voor ’s Lands Wederopbouw (1940) werd met deze besluitwet van 2 december 1946 beslist dat de gemeente een algemeen plan van aanleg moesten laten opmaken. In tegenstelling tot zijn voorloper (1915) werden in de nieuwe wet geen sancties voorzien voor niet-naleving van de wet.

Sindsdien is het dus fout gegaan, er waren geen controlerende instanties die een strafmaat oplegden. Dat ging zo door tot in de jaren ‘60. Maar dan was het al te laat en moet je proberen te redden wat er te redden valt.

1948: Wet de Taeye
Katholieke beleidsmaatregel die een premie instelde voor bouw of aankoop van nieuwe woningen en een staatswaarborg gaf voor sommige hypothecaire leningen. Ze voorzag in de bouw van 50000 nieuwe goedkope woningen die met aanzienlijke staatsteun werden opgetrokken. Ongeveer een derde van de naoorlogse nieuwbouw maakte gebruik van deze maatregel.

1949: Wet Brunfaut
Socialistische tegenhanger van de Wet De Taeye (1945) die de financiëring van de sociale huisvesting en van infrastructuurwerken in sociale woonwijken financiërde.

1962: Wet houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van stedenbouw
Deze wet voorzag een hiërarchisch gestructureerde set van plannen van aanleg, de uitvoering van deze plannen door het regelen van een procedure voor het bekomen van verkavelings- en bouwvergunningen, een regeling in zake onteigening en vergoeding van planschade en een systeem met straf en herstelmaatregelen.

1972: Gewestplannen
Inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen, waarin de verschillende  bestemmingsgebieden werden vastgelegd en gedefinieerd. In het Koninklijk besluit van 28 december 1972 werden de algemene legende en stedenbouwkundige voorschriften van de gewestplannen vastgelegd.

1978: Opvulregel
Dit koninklijk besluit  liet in niet-woonzones toe om de vrije ruimte tussen twee gebouwen die op minder dan 70 meter van elkaar stonden, te bebouwen. De enige voorwaarde was dat de bestemming planologisch verantwoord moest zijn op grond van de bestaande toestand. Deze regel heeft de verlinting van het Vlaams landschap sterk in de hand gewerkt. Hij werd als nefast voor de verlinting van Vlaanderen beschouwd en in 1993 afgeschaft.

1984: Mini-decreet
Beter bekend als het decreet Akkermans. Zorgde ervoor dat afwijkingsmaatregelen omtrent zonevreemde woningen werden ingevoerd. Dit decreet maakte een einde aan een bijzonder onduurzame manier van omgaan met ruimte.

1993: Nooddecreet
De Vlaamse Overheid wilde hiermee komaf maken met de ‘uitzonderingsplanning’. Meer in het bijzonder werden het ‘mini-decreet’ en de  ‘opvulregel’ afgeschaft.

1996: Decreet houdende de ruimtelijke planning
Hier werd de basis gelegd voor een meer actieve ruimtelijke planning en werd een einde gemaakt aan de ruimtelijke ordening die te traag bleek.

1997: Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV)
Leidraad voor de ruimtelijke planning. Bij de opstelling van de RSV, is bijzondere aandacht gegaan naar onder andere het beschermen van de resterende openbare ruimte, het beperken van de bouw van nieuwe infrastructuur, het nastreven van een maximaal rendement van de bestaane infrastructuur en het verdichten van de stedelijke gebieden en de kernen van het buitengebied.

1999: Decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening
Dit decreet, met als basis de RSV, moest de gecoördineerde stedenbouwwet van 1962 vervangen. Vanaf nu hanteerde men eerder de term ‘ruimtelijke planning’ en plaatste men een dynamische en duurzame aanpak van onze leefruimte voorop.

drukkerij en testjes

07 May 2008 | Uncategorized | Nog geen reacties

Deze namiddag ben ik naar de drukkerij geweest om na te gaan wat allemaal haalbaar is en wat niet. Ik ben nogal iemand die onhaalbare dingen in haar hoofd haalt en waarvan later blijkt dat die dingen niet te realiseren zijn. Dit jaar wil ik op voorhand al goed weten waar ik sta en wat ik kan verwachten. Het gesprek was verhelderend en nu kan ik mijn boek nog verder ontwerpen in functie van de (beperkte) mogelijkheden.

Het liefst van al zou ik het boek gedrukt zien, maar jammer genoeg spreken we dan over onhaalbare kosten. Print is betaalbaarder maar heeft nogal snel de neiging om te hard te blinken. We hebben een paar afbeeldingen geprint op verschillend papier om te kijken hoe mat we konden gaan. Het papier is gereserveerd en nu ligt er een pak klaar in het rek, dat is al weer een stap verder.

Onderstaand een simpel testje qua stramien.

testje.jpg

Eerst wou ik een stramien maken gebaseerd op ruimtelijke ordening. Dit blijkt ook wederom niet echt haalbaar te zijn. Ik ben te veel bezig met te veel parameters in mijn boek te willen steken. Nu ga ik het anders aanpakken;

mijn koterij-blog is mijn houvast geweest doorheen dit jaar. Dit zal dus dienen als kapstok om mijn onderwerpen aan te hangen. Het boek zal dus ook verwijzingen naar mijn site hebben. Die verwijzingen komen er in, door een ander soort papier, een ander stramien en een kleiner papierformaat. Zo kan je het boek doorbladeren en ofwel sla je de stukken van de site over, of je leest ze allemaal achtereen. Telkens na een blogpost, volgt een uitgewerkt stramien rond dat thema. Zo zullen er meer dan 20 verschillende lay-outs ontstaan, voor elke thema een ander uitzicht.

testje2.jpg

testje3.jpg

Het zijn allemaal nog maar testjes. Mijn site kenmerkt zich door de enorme aanwezigheid van het wit. Dit moet dus meer contrasteren met de daaropvolgende pagina’s.

Het lelijkste land ter wereld: Renaat Braem

07 May 2008 | fotos, onderzoek, veldwerk | 1 reactie

Renaat Braem was een strijdend architect. Zelf heeft hij een aantal bouwwerken op zijn naam staan, die in de vergetelheid raakten. Weinig architectuurliefhebbers houden nog halt bij het Kiel in Antwerpen of het Arenaplein in Deurne. Moest Braem in Parijs, Londen of New York gewerkt hebben, hij zou gelauwerd worden om zijn oeuvre en zijn utopisch denken. In dit kleine land daaren- tegen proberen we te vergeten wie hij was en waar hij voor stond.

Dit komt voornamelijk omdat hij bij de eersten was die wonen wou herleiden tot samen-wonen. Het wonen in appartementsblokken en sociale huisvesting. Zijn ideeën neigden meer naar het communisme, waardoor hij niet gunstig lag bij het brede publiek. Veel van zijn ideeën publiceert hij in het communistische blad Het Vrije Woord. De woonblokken, die hij twintig jaar later op het Kiel bouwt, zijn een verwezenlijking van deze prille denkpiste.

Pas na de Tweede Wereldoorlog, bij de wederopbouw, kan hij een aantal van zijn beginselen waarmaken. Maar niet meteen. Als de Luikse communist Terfve in 1946 minister van Wederopbouw wordt, krijgt Braem de kans om een belangrijke plaats in het kabinet in te nemen. Hij voelt weinig voor een administratieve loopbaan en aanvaardt de opdracht voor twee kleine woonwijken, in Borgerhout en in Deurne. De soberheidpolitiek van dat moment legt opnieuw zijn ambities aan banden. Het resultaat is een eenvoudig wooncomplex.

Na de korte regeringsperiode van de communisten wordt in het kader van de wederopbouw en geheel andere weg ingeslagen, die Braem absoluut niet zint. Het geloof in de gemeenschapshuizen en grote stedenbouwkundige projecten haalt het niet van het privé-initiatief, dat vooral door de CVP verdedigd wordt. In 1948 wordt dan ook de wet -De Taeye gestemd, waarbij het bouwen van goedkope eengezinswoningen wordt aangemoedigd. Dankzij die wet wordt België de verknipte puzzel die het vandaag is: potsierlijke villawijken en sociale verkavelingen bezetten de schaarse open ruimte van dit kleine land.

De wet wekt grote ergernis bij Renaat Braem, die voet bij stuk houdt en de wijkeenheden blijft verdedigen. De eerste werkelijke uitdaging om zijn visie te realiseren, krijgt hij bij de bouw van het Kiel. De Antwerpse sociaal-democraten en de idealistische architectuur- en maatschappijvisie van Braem vinden elkaar. Het wordt een synthese van zijn gerijpte ideeën, en het resultaat past helemaal binnen het toenmalige internationale CIAM-concept. Terwijl Nederland tijdens de wederopbouw de Marshall-gelden grotendeels in stedenbouwkundige projecten overeenkomstig de CIAM-doctrine investeert, gaan deze gelden in België vooral naar privé-woningen op kavels.

België beschrijft hij “als een door een krankzinnige bijeengenaaid lappendeken”. In zijn pamflet van 1968, “Het lelijkste land ter wereld”, haalt hij fel uit naar het Belgische planloze experiment van de wederopbouw. Er is voor hem maar één oplossing : de totale afbraak van de wildgroei en een nieuwe verbinding van de gespaarde monumenten door lijnsteden.

Het boek was te vinden in de stadsbibliotheek en een paar stukken tekst zijn wel zeer interessant:

… de wanorde in zake urbanisme, produktieplanning, of liever de afwezigheid van werkelijke ordening, waartoe het neo-kapitalisme niet bekwaam blijkt, hoe haarne het zich ook met de pluim planning tooit; de onsamenhangendheid van ons bouwen, de hele zenuwslopende, de waardigheid kwetsende vormenkakofonie die ons land — en dit moet ons als Vlamingen toch in eerste plaats aanbelangen — maakt tot het lelijkste land ter wereld! …

tuintje001.jpg

Hoe is het nu gesteld met het door de mens zelf georganizeerde levensmilieu, het ‘man-made environment’? Hier tart het absurde iedere intelligente benadering. De mens is er nl. in gelukt een dergelijke onontwarbare chaos te scheppen … waartoe dit leidt, wordt bijv. geïllustreerd door de bouwpolitiekna de oorlog ‘40-’45. … Het is een bijzonder tekenende vaststelling dat ONS land, wel geld heeft gevonden voor allerlei gekke dingen — geld voor ontelbare straatjestrekkerijen, premies voor onzinnige De Taeye-huisjes en dgl, maar geen enkele schouwburg heeft gebouwd.

Het wezen van stedenbouwkundige voorschriften is immers juist de gemeenschap te beschermen tegen individuele uitspattingen, dit in ongerijmde operaties, die slechts ingegeven worden door persoonlijk geldelijk belang. Stedenbouw, de kunst van het organiseren van het menselijk leefmilieu.

Maar nu net die uitspattingen zijn omwille van hun grafisch karakter mooi en interessant voor mij.

Titel kwesties

29 April 2008 | onderzoek | 1 reactie

Als titel voor mijn eindwerk zou ik kunnen opteren voor ‘Bouwspeelplaats België’ of ook voor ‘België Bouwspeelplaats’, een klein verschil maar inhoudelijk vind ik dat daar een groot verschil in zit.

Als we spreken over ‘Bouwspeelplaats België’ refereer ik naar het feit dat er veel bouwspeelplaatsen zijn en waarvan België er één is.

Spreek ik over ‘België Bouwspeelplaats’ dan duid ik op het feit dat er maar één België bestaat en zich profileert als bouwspeelplaats. Een plaats waar je je zin kan doen en waar er materialen genoeg voor handen zijn. Inhoudelijk gezien, past die laatste dus meer bij mijn onderzoek. Maar ‘Bouwspeelplaats België’ ligt beter in de mond dan ‘België Bouwspeelplaats’.

Hmm, moeilijk…

Suggesties alweer meer dan welkom.

En nu

24 April 2008 | fotos, onderzoek, veldwerk | 3 reacties

Nu volgt de uitwerkingsfase, de fase waarin ik dus overga naar het grafische aspect van mijn eindwerk. Al die gegevens op een grafische manier verwerken. Het wordt dus een boek, en dat boek moet wel een duidelijke neerslag zijn van mijn onderzoek. Zo zou ik mijn grid/structuur/stramien baseren op stedenbouwkundige planmatigheden. De typografie moet ook refereren naar de achterliggende thematiek. Zo zou ik mijn zetspiegel kunnen onderverdelen in verkavelingen en daar verder mijn grid op baseren.

Onderstaand beeld is een zeer snelle schets. Het grid moet er tuurlijk beter uit gaan zien, maar het geeft een idee. Onderstaand model is ook enkel toe te passen op een paar pagina’s, maar daarna gaat dit al snel vervelen. Ik moet trachten een grid te vinden dat eigenlijk heel veel creativiteit biedt, terwijl het enorm vasthangt aan stedenbouwkundige regels. Zoals bvb dat tekst in verhouding 3m van de perceelgrenzen moet blijven. Grafisch vertaald betekend dit, dat op een kolombreedte van 8 cm, er overal rond een witruimte van bvb 3 mm moet zijn.

verkaveling.jpg

Tegen volgende week zou ik al een ruwe schets van mijn structuur moeten hebben. Dit weekend ga ik ook nog met de rolleiflex foto’s nemen van koterij (maar dan de aanbouwkotjes, zijnde stedenbouwkundig gebied). De achterkanten van de huizen. Vandaag heb ik de hele namiddag gesleten in de stadbibliotheek met “Het lelijkste land ter wereld” van Renaat Braem. Boeken mogen daar niet uitgeleend worden, vandaar dat ik daar heb moeten blijven tot het uit was. Wel een interessant boek, over hoe België, als je van andere landen ons land binnenkomt echt lelijk is. En dat niet alleen op sociologisch en cultureel vlak, maar zeker qua ruimtelijke ordening. Hij kaart het probleem aan en geeft ook een visie van een mogelijke oplossing. Ik kom daar later nog wel op terug. Nu eerst zien dat ik in het weekend ook effectief gedaan krijg wat ik hierboven heb gepland.

materialen en verwerking

15 April 2008 | Uncategorized | 1 reactie

Wat vaak voorkomt bij de koterij, de losstaande althans, is het gebruik van zoveel verschillende materialen. Die materialen zorgen voor een grafische vlakmatigheid in het landschap.

materiaal1.jpgmateriaal2.jpgmateriaal3.jpg
materiaal4.jpgmateriaal5.jpgmateriaal6.jpg
materiaal7.jpgmateriaal8.jpgmateriaal9.jpg

Jammer genoeg zijn deze bovenstaande foto’s een 2D weergave van een 3D object. Dit omgezet naar 3D en wat gepruts hier en daar gaf mij dat onderstaand resultaat:

kaartjes.jpg

De bedoeling

15 April 2008 | onderzoek | 1 reactie

Ik was vertrokken met het onderzoeken van de koterij. Door al dat opzoekwerk weet ik nu dat er al zeker twee soorten koterij bestaan. Ik plaats die nu nog altijd naast elkaar. De geschiedenis van de twee zijn totaal verschillend maar mijn uitgangspunt blijft hetzelfde; De nood aan opbergplaats en het hergebruiken van materiaal. Dit voor ogen gehouden, vind ik dat ik die twee wel naast elkaar mag zetten.

Na de laatste bespreking met mijn docenten weet ik nu al meer wat ik wil. Ik ben niet het type vormgever dat voor één aspect van zijn vak gaat. Mijn interesses liggen nogal wijd uit elkaar, gaande van fotografie tot programmeren. Een keuze maken ligt daarom ook niet echt voor de hand. Ik ben een manusje-van-alles, een duizendpoot die met (te) veel dingen tegelijk bezig kan zijn.
Zodus heb ik dan ook gekozen om niet te kiezen. Om mezelf te kunnen ontplooien op verschillende vlakken die mij nu al interesseren.

De bedoeling is om het thema koterij uit te werken, aan de hand van mijn verschillende interesses. Zo zou ik een fotoreeks maken, iets programmeren, grafisch vormgeven, illustreren en publiceren. Ik splits mezelf dus op in de verschillende facetten van mezelf, werk rond het thema koterij en de resultaten daarvan worden in een boek verwerkt. Zowel de grafische uitwerking is dan autobiografisch alsook het thema, waarmee ik ben opgegroeid.

Maar het liefst van al zou ik eigenlijk gewoon een fotoreeks maken. Een verhaal dat illustreert wat ik allemaal opgezocht heb. Eigenlijk zou het zelfs moeten kunnen om dit alles in één enkel beeld te kunnen vatten. Of dit gaat lukken is een andere vraag.

Het onderzoek is nu zo goed als afgerond, de hoofdzaak is nu al die gegevens grafisch te vertalen naar iets interessants.

Recollecting landscapes - Herfotografie, geheugen en transformatie 1904-1980-2004

15 April 2008 | onderzoek | Nog geen reacties

Een uiterst interessant boek doorspekt met cases, studies en informatie over landschappelijke veranderingen.

In het deel ‘Studies’ worden vijf fotosets grondig onder de loep genomen. Hierin worden de transformaties van vijf representatieve landschappen gesituerd in hun brede maatschappelijke context en ook tot in de kleinste details kritisch-wetenschappelijk doorgelicht.
De verzameling Massart-Charlier-Kempenaers vormt een geheel van chronofotografische drieluikjes. Naar analogie met de chronofotografie suggereren de beelden een beweging die zeer traag verloopt, met de snelheid van de landschappelijke transformaties.
Het gebruik van het platteland en de open ruimte evolueert.

Vooral de foto’s zijn zeer interessant in dit boek

uitdieping op ruimtelijke ordening?

15 April 2008 | onderzoek | Nog geen reacties

Ik denk dat ik me niet verder meer ga uitdiepen in de ruimtelijke ordening. Dat is een piste die ik even heb bewandeld om te achterliggende geschiedenis te weten. Het is niet aan mij om een scriptie te maken omtrent de ruimtelijkle ordening in België. Dat zou een eindwerk op zich kunnen zijn. Koterij is er wel aan verbonden, daarmee dat het een onderdeel van mijn onderzoek is. Ik weet nu ongeveer vanwaar de koterij in België komt. De volgende stap is dit fenomeen te vergelijken met de omringende landen.